Levenslust

Levenslust

“Inside us there is something that has no name, that something is what we are.” (Blindness Jose Saramago)

Een blog over Levenslust met Jose de Sousa Saramago (16 nov 1922-18 juni 2010) als boegbeeld. Dit blog is een uitnodiging om ook jouw verhaal te plaatsen al dan niet anoniem over verlangen, over passie en het gebrek eraan, over wederzijds en tekort verstaan, over je verhouding ten aanzien van je zelf, de ander(en), over het (on)mogelijke, over je bestaan, over wat was en niet was, over dat wat jouw lijntje of lont is met en in je bestaan. Voel je vrij te delen in mede-menselijkheid. Met Jose in de achtergrond, Mensch onder de mensen, WELKOM!

Gesprek 2

LevenslustPosted by Sindy Wed, April 10, 2019 12:19:17

Dus stuurde ik bloemen op papier.
Ik ontving de groeten uit Limburg terug met een voorstel ons te treffen de eerst volgende zaterdag aan de voorzijde van treinstation Maastricht.
Het was zonnig en warm, het roestbruine baretje bleef in de tas en het zijne thuis. Ik word niet herkend.
Loek (was de bijnaam toen hij klein was; ik wil zijn naam niet plaatsen hier) draagt zijn rechter badstoffen witte sok over zijn broekspijp heen, de linker blijft onzichtbaar. Ik kan zien dat hij spaarzaam met kleding is, de blauwe katoenen manchetten rafelen, dat is lastig bij een gebreide trui. Al snel toont hij aan mij een mouw van zijn cowboy ondergoed uit halverwege de vorige eeuw, een gat aan de elleboog heeft hij provisorisch handmatig dichtgenaaid, een bijzonder exemplaar. Hij draagt een versleten vrouwen horloge met hoefijzertjes; (geluksbrengertjes) tussen het bandje en het klokje; tussen de verbinding met de tijd, denk ik dan.
Bij de vierde kapper had hij geluk vanochtend, hij kon geknipt worden, vertelt hij, hoewel de kappers het niet zo druk leken te hebben en hij maar vijf minuten werk kost, hadden ze hem toch geweigerd.
Hij bekijkt me goed en zegt dat hij niet wist dat ik bruine ogen heb, hij kijkt op mijn verzoek nog eens en ziet dat ze groen zijn, donker dat wel. Dan zegt hij "ik had een andere neus in gedachten"; ik voel lichte irritatie, "wat maakt mijn neus nou uit (het is geen grote neus, geen lange neus, een kleine soms breed als ik niet voldoende lucht binnen krijg, een stop een dop zegt mijn geliefde wel eens, vroeger was het meer een wipneus, ik trek er soms aan om haar langer te maken en met lachen probeer ik haar niet te breed te laten worden, maar een spontane echte lach is sneller dan mijn bewustzijn)" en tot mijn verbazing herhaalt hij dat nog eens; ik weiger om hem te vragen wat hij dan verwacht had. Ik laat het fijn(tjes) bij hem en triomfeer over mezelf dat ik me niet heb laten verleiden door mijn eigen onvrede met mijn neus waaraan een wildvreemde mij zonder pardon herinnert. Bekijk het maar, is mijn stil idee.
We gaan op pad en ik weet niet wat de route wordt, ik vraag om dat in het zonlicht te doen en dat is goed.
Loek vertelt meteen dat het leven niet geworden is wat hij ervan gehoopt had. Even bedenk ik met spijt richting mijn privé tijd dat het mogelijk is dat ik met een hopeloos en/of psychiatrisch persoon van doen heb, allerlei klasseringen schieten door mijn hoofd, ik ken deze wildvreemde heer per slot van rekening natuurlijk niet. Dan besluit ik dat hoe het dan ook zij, ik ben er nu toch, ik wel wat tijd met deze heer kan doorbrengen, één keer dan. Het was begonnen met een fout zegt hij, waarna een cascade van pech volgde. Neen er was niet veel geluk in het leven geweest,............. ik denk aan de hoefijzertjes aan zijn horloge.
Rebels als hij was keerde hij op jonge leeftijd naar Amsterdam, het was de hippietijd, ik reken en merk dat ik me misrekend heb, Loek is veel jonger dan ik dacht. Loek rookte wiet, veel wiet en hij zorgde ervoor dat hij niet in legerdienst moest door een S5...........niet zo best eigenlijk. Omdat Loek vervolgens vanwege zijn S5 niet voor 100 werd aangezien raakte hij de eerste tijd moeilijk aan het werk. Hij besloot dat hij Limburg van wiet kon voorzien, dat zou wat geld in het laadje brengen. Echter bij Weert werd hij aangehouden en Loek kreeg een strafblad welk hij verzweeg voor toekomstige werkgevers met voor de hand liggende gevolgen van dien. Tweemaal was er een vijf jaar durende relatie. Loek vond het heerlijk om high en dronken te zijn en dan lekker te swingen, dit werd hem bijna fataal toen een aantal mannen zich aan hem geërgerd hadden en hem in elkaar sloegen. Loek belandde in het ziekenhuis alwaar hij besmet bloed kreeg toegediend, hep C en het was gedaan met drinken en uitgaan. Loek trok bij zijn ouders in. De boerenwoning had nog een extra ruimte waar zijn appartement werd geïmproviseerd.
Hij had graag willen werken, maar hij was nergens welkom geweest.
Zijn ouders stierven, bijna in dezelfde week, maar dat had hij kunnen voorkomen. ALLES in het ouderlijk huis was sinds vijftien jaar hetzelfde gebleven. Loek denkt er nu wel over om de kostuums van zijn vader en jurken van zijn moeder te verkopen. Loek verzamelt zelf kleding, fietsen, bromfietsen, boeken, postzegels, fruit stickers. Hij is gevoelig voor verzamelen.
in de winter verblijft hij graag twee maanden in Zuid Spanje, maar nu zijn zus terug uit Jordanië is en in een psychiatrische kliniek verblijft moet hij haar wekelijks wel kunnen bezoeken, ook al heeft ze dat niet zo graag.
"Ik was wel zenuwachtig voor onze afspraak" zegt Loek en ik vraag waarom. Het was namelijk niet in mij opgekomen dat deze heer mij hoopvol als mogelijke liefdes kandidaat had gezien.
Loek verlangt naar een partner, hij heeft een aantal duidelijke criteria: ze moet praktiserend rooms katholiek zijn en absoluut geloven in de onbevlekte ontvangenis van Maria, ze moet rond de 55 jaar zijn en Frans spreken, want dat doet hij ook graag.
Het is zijn plan om bij het VVV kantoor in Luik te vragen naar een huwelijksbureau.

Bij ons afscheid kijkt hij me heel ernstig aan en zegt dan "u moet de Zonnewende van Fatima lezen, dat is echt gebeurd, echt waar, dan kunt u niet meer niet geloven." Dan vraagt hij of het een goed gesprek was en ik zeg dat ik denk van wel, ik zeg niet dat het misschien iets te weinig wederkerig was. We wensen elkaar het beste en zwaaien nog een paar keer naar elkaar. Hij zwaait zijn rechter been over zijn sportfiets.
Ik neem de trein en ik besef dat het DUS bestaat dat het leven niet is wat je ervan hoopt en dat dit geen moment hoeft te zijn maar een heel leven lang kan duren.
Ik denk aan ons herkenningsgevoel van niet synchroon met de huidige tijd te zijn. Dat het bestaat dat je er totaal geen vat op krijgt, ik denk aan James Dean.........Rebel without a cause.
Ik denk aan het horloge........waarschijnlijk is het oorspronkelijk niet het zijne. Ik stel mij voor dat toen zijn moeder overleed, haar tijd op was, hij het horloge van haar overnam. Haar bandje met schitterende geluksbrengertjes, zijn gelukzoekertjes.
Zijn geloof inclusief het zesmaal bidden per dag houdt hem op de been. Zijn retorische vraag dat de kleding van zijn ouders vast nog wel door deze of gene gewild zou zijn - net als hijzelf, verstilde het gesprek. Dat leek de enige manier om die mogelijkheid niet de mond te snoeren. Loek leeft van de hoop op beter.

Met een vleugje weemoed laat ik mij door de trein terug naar Elsloo voeren, waarna ik met de auto de landsgrens overbrug.................blijft dit gesprek nog een poosje na zoemen............






















  • Comments(0)

Fill in only if you are not real





The following XHTML tags are allowed: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles and Javascript are not permitted.